Bouw en Uitvoering

Steeds meer werk voor Praktijkondersteuner-GGZ

Steeds meer werk voor Praktijkondersteuner-GGZ

Steeds meer mensen met psychische klachten belanden bij de praktijkondersteuner-GGZ. In 2014 kwam ongeveer één op de zes van alle patiënten met psychosociale problemen via de huisartspraktijk terecht bij een praktijkondersteuner. In 2010 was dat nog één op de dertig. Er blijkt steeds meer werk voor praktijkondersteuner-GGZ.

De cijfers zijn afkomstig van Nivel, Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. Een van de oorzaken is dat sinds 1 januari 2014 de basis-GGZ is ingevoerd. Dat systeem is erop gericht dat mensen enkel mensen met zware psychische klachten als een depressie of angststoornis bij gespecialiseerde GGZ terecht komt. Lichtere problemen worden behandeld in de huisartsenpraktijk, waar patiënten dus vaak met een praktijkondersteuner-GGZ, ook wel POH-GGZ, in aanraking komen.

Lange consulten

Sinds 2010 is het aantal huisartsenpraktijken dat met een praktijkondersteuner werkt toegenomen van een derde naar bijna 90 procent. In aanvulling op de invoering van de basis-GGZ constateerde de Landelijke Huisartsen Vereniging, LHV, vast dat huisartspraktijken steeds meer patiënten met (te) complexe problematiek zelf moeten behandelen, omdat er wachtlijsten zijn voor de gespecialiseerde GGZ. Bij praktijken zonder praktijkondersteuner zorgt dit voor extra belasting van de huisarts. In praktijken met praktijkondersteuner blijkt deze vaak lange consulten te houden, ook met patiënten met psychische stoornissen.

Effectievere zorg

NIVEL-onderzoeker prof. Peter Verhaak: “Een belangrijke vervolgstap is om te onderzoeken of patiënten die nu bij de POH-GGZ terechtkomen, voorheen direct zouden zijn doorverwezen naar de generalistische basis-GGZ of naar de gespecialiseerde zorg. Verder is het belangrijk te weten hoe effectief de behandeling van de POH-GGZ is en hoeveel patiënten alsnog worden doorverwezen na één of meerdere consulten. Uiteindelijk willen we weten of de inzet van de POH-GGZ leidt tot effectievere zorg.”

commentaar