Bouw en Uitvoering

Webtool eerstelijnszorg maakt rendement zichtbaar

Webtool eerstelijnszorg

Samenwerken voor support

TNO heeft in opdracht van ZonMw een gebruiksvriendelijke, digitale businesscase tool ontwikkeld voor de eerstelijnszorg. Met deze webtool eerstelijnszorg kunnen zorgverleners en hun adviseurs de effecten van nieuwe samenwerkingsvormen vooraf inschatten en onderbouwen. Hierdoor wordt duidelijker wat investeren in samenwerking oplevert in kwaliteit, geld en werkplezier.

Een belangrijke vraag die opkomt bij een idee voor een nieuwe samenwerking of het verbeteren van de zorg, is of de vernieuwing winst oplevert voor de zorgverleners én de patiënt. Met de webtool worden alle variabelen die van belang zijn, gestructureerd in kaart gebracht. Daardoor worden de effecten voor zorgverlener en patiënt inzichtelijk. Op basis hiervan kunnen dan zinvolle discussies worden gevoerd over de werkelijke meerwaarde van de vernieuwing.

In de praktijk

De webtool is bedoeld voor samenwerkende zorgverleners en zorgorga-nisaties in de eerstelijnszorg en voor samenwerkingsverbanden tussen disciplines uit de eerstelijnszorg en de nulde-, tweede- en derdelijnszorg. Natuurlijk kunnen ook adviseurs en beslissers de webtool gebruiken. De webtool is kosteloos beschikbaar op www.businesscase-eerstelijn.nl. In een kort instructiefilmpje wordt uitgelegd hoe de tool werkt en hoe de verschillende variabelen kunnen worden ingevuld.

In de praktijk kan de inzet van de webtool er als volgt uit zien. Fysiotherapeuten van een van de gezondheidscentra van Zorg op Noord wilden graag meer met groepen gaan werken. Aan de hand van de webtool bekeken zij dit idee van meerdere kanten: is er vraag naar groepswerk, hoeveel meer patiënten kunnen er worden behandeld, wat betekent ochtend- en avondopenstelling voor het personeel, wat kost het en welke kosten moet je compenseren? Rob van Staveren, adviseur en projectleider bij Zorg op Noord, was betrokken bij de ontwikkeling van de webtool. Hij benadrukt dat het vooral gaat om de vragen achter de cijfers: ‘Tot nu toe gingen we steeds uit van aannames en onderbuikgevoelens. Daar moeten we vanaf. Met deze webtool kunnen we de risico’s en gevolgen beter in kaart brengen.’

Basis

De webtool is ontwikkeld om een beter inzicht te bieden in investeringen en opbrengsten van nieuwe samenwerkingsverbanden. Levert het iets op? Maar even zo interessant is de vraag hoe de bestaande situatie eruit ziet. Op welke wijze werken zorgverleners in de eerste lijn nu samen? De basis voor de uiteindelijke webtool lijkt te liggen bij het rapport ‘Verkenning organisatorische samenwerkingsverbanden in de eerste lijn’, geschreven in 2009 door NIVEL in opdracht van ZonMw.

Dit rapport schetst een beeld van in de eerste lijn voorkomende organisatorische samenwerkingsvormen. Het geeft de indruk van een dynamische sector waarin een bont palet van organisatievormen zich voortdurend vernieuwt en ontwikkelt. Dit rapport brengt daarin enige orde en structuur aan. In eerste instantie werd het overigens geschreven als inspiratiebron voor indieners in het ZonMw-programma Op één lijn. Maar ook voor andere geïnteresseerden in recente ontwikkelingen in de eerste lijn biedt het rapport een actueel overzicht.

Onderzoeksvragen

Twee belangrijke onderzoeksvragen liggen ten grondslag aan de verkennende studie die in het rapport wordt beschreven. Ten eerste, welke organisatorische samenwerkingsvormen komen voor in de eerstelijns gezondheidszorg in Nederland? En ten tweede, hoe kunnen deze worden gekarakteriseerd in termen van aansturing, deelnemende zorgverleners, inhoudelijke gerichtheid, relatie met andere sectoren (GGD, Arbo, gemeente, tweede lijn) en innovatief karakter?

In een poging om enige structuur aan te brengen, hebben de onderzoekers drie typen van organisatorische samenwerking onderscheiden. Samenwerkingsvormen op wijkniveau, aandoeningsgerichte samenwerkings-vormen en samenwerkingsvormen die zich richten op het management van groepen en praktijken. Deze worden in het nu volgende kort besproken.

Samenwerking op wijkniveau

In het geval van samenwerkingsvormen op wijkniveau kan het gaan om zowel mono- als multidisciplinaire samenwerking. Maar in principe betreft het het geheel van de zorg, en gaat het niet om specifieke aandoeningen.

In de wijkgerichte samenwerking zien we de laatste jaren dat de solistisch werkende eerstelijnszorgverlener aan het verdwijnen is om plaats te maken voor monodisciplinaire samenwerkingsverbanden. Bij de huisartsen is het percentage solisten nog het hoogst (twintig procent in 2008), maar ook hier daalt het jaarlijks. De bekendste en oudste vorm van wijkgerichte, multidisciplinaire samenwerking in de eerste lijn zijn de gezondheidscentra; dit zijn wijkgerichte centra die geïntegreerde eerstelijnszorg bieden vanuit een gezamenlijke huisvesting. Er zijn circa 180 gezondheidscentra in Nederland. Behalve de huisarts zijn ook de fysiotherapeut, de diëtiste, het algemeen maatschappelijk werk, de apotheek en de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige in meer dan de helft van de centra vertegenwoordigd.

Kijken we naar recente ontwikkelingen, dan is er sprake van een aantal bewegingen. In de eerste plaats zien we huisartsenpraktijken die experimenteren met ver doorgevoerde vormen van taakdelegatie. Met ‘ver’ bedoelen we verder dan enkel een praktijkondersteuner voor de chronische zorg die inmiddels al gemeengoed is binnen de eerste lijn. Het gaat hier om de introductie van praktijkverpleegkundigen, ‘nurse practitioners’ of ‘physician assistants’. In de tweede plaats zien we dat er op diverse plaatsen in Nederland nog steeds initiatieven worden genomen om nieuwe gezondheidscentra op te richten, dan wel de zorg in een wijk of gemeente te integreren. Ook zien we initiatieven van bijvoorbeeld fysiotherapeuten die zich regionaal organiseren.

In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat dit type samenwerkingsverband veel relaties heeft met externe partijen, zoals ziekenhuis, thuiszorg, ARBO, gemeente, ouderenorganisaties, woningcorporaties, en verpleeg- en verzorgingshuizen. Financieel zijn het voor gezondheidscentra de NZa-beleidsregels die bijdragen aan de financiering. In enkele gevallen draagt ook de gemeente bij aan het opzetten van een samenwerkingsverband. Het innovatieve ondernemerschap zit vooral bij de trekkers om nieuwe samenwerkingsverbanden op dit vlak tot stand te brengen. Zij investeren veel tijd in het opzetten van nieuwe organisatievormen, zonder daarbij garantie op succes te hebben.

Aandoeningsgerichte samenwerking

Er zijn ook organisatorische samenwerkingsvormen die focussen op het tot stand brengen van samenwerking rond specifieke aandoeningen. Vaak overstijgt deze samenwerking het niveau van een wijk, maar vindt deze nog wel plaats in een geografisch afgebakend gebied. De laatste jaren zijn deze samenwerkingsvormen in opmars. Inmiddels heeft zo’n tachtig procent van de huisartsen zich aangesloten bij een zorggroep. Dit zijn organisaties die met zorgverzekeraars contracten afsluiten om de zorg voor specifieke chronische aandoeningen in een regio te verzorgen. We zien hier diverse vormen. Er zijn in de eerste plaats zorggroepen met alleen huisartsen die vervolgens andere disciplines subcontracteren. Er bestaan ook organisaties van paramedici die zich organiseren om zo een betere positie te creëren om te onderhandelen met zorgverzekeraars of zorggroepen van huisartsen. Verder zijn er zorggroepen waarin de diverse disciplines met elkaar samenwerken rond de zorg voor specifieke chronische aandoeningen.

Samenwerking gericht op management

De derde vorm van samenwerking richt zich puur op het management van groepen van praktijken. De gedachte is hier dat specifieke organisaties het management van praktijken overnemen, zodat de hulpverleners in de praktijken zelf zich op de patiëntenzorg kunnen concentreren. Ook binnen deze categorie is sprake van grote diversi-teit. Al langer bestaat de vorm dat gezondheidscentra de managementfunctie concentreren in lokale of regionale koepels. In de apotheekwereld zijn ketens ontstaan die op een veel hoger schaalniveau werken en grote groepen apotheken faciliteren. Dergelijke ketenvorming zien we nu recenter ook in de huisartsenzorg, in de fysiotherapie en bij gezondheidscentra. Op het terrein van verpleging en verzorging kan Buurtzorg tot deze groep gerekend worden. Nieuw is ook de bemoeienis van verzekeraars met een georganiseerde eerste lijn. Zo contracteert AGIS eerstelijnszorg in grote steden in samenhang met elkaar, en zet Menzis zelf eerstelijnszorgcentra op.

Het indelen van organisatorische samenwerkingsvormen is riskant, omdat er een waardeoordeel aan kan worden verbonden. En dit is zeker niet de bedoeling. In wijkgericht werkende gezondheidscentra kunnen (en worden) ook prima zorgprogramma’s voor chronisch zieken aangeboden. Zorgverleners die deelnemen in zorggroepen kunnen bovendien ook uitstekend samenwerken met andere zorgverleners in de wijk voor de andere zorg. Datzelfde geldt voor praktijken die deel uitmaken van ketens.

Toegankelijkheid, kwaliteit, doelmatigheid en transparantie

De mate waarin nieuwe initiatieven kunnen worden gezien als ‘best practice’ hangt af van de vraag of zij aantoonbaar bijdragen aan een betere toegankelijkheid, kwaliteit, doelmatigheid en transparantie van de zorg. In het algemeen is hier weinig over bekend. Nog het meeste is bekend over de bijdrage aan kwaliteit en doelmatigheid van gezondheidscentra. In die zin kan het gezondheidscentrum worden gezien als de ‘best practice’ op het gebied van wijkgerichte samenwerking in de eerste lijn. Dit met de kanttekening dat het concept gezondheids-centrum zich vernieuwt, wat zowel tot uiting komt in veranderingen binnen de bestaande centra als bij de nieuw gestichte centra of daarop lijkende organisatie-vormen.

Er lijkt meer variatie te zijn gekomen in bijvoorbeeld teamsamenstelling en het aantal grotere centra neemt toe. Ten aanzien van taakdelegatie is er in zijn algemeenheid bekend dat dit leidt tot betere zorg, maar niet noodzakelijkerwijs tot goedkopere zorg, omdat de werklast van de huisarts er niet mee vermindert.

Tot slot

Er is een groot aantal samenwerkingsvormen gevonden die gezamenlijk een bont palet vormen. De rode draad die er doorheen loopt, is schaalvergroting. De eerste lijn is traditioneel een sector die wordt gekenmerkt door (monodisciplinair) kleinbedrijf. Dat is enerzijds de kracht van de sector. Laagdrempelig en in de directe omgeving van mensen wordt generalistische zorg geboden. Voor veel functies is het niveau van de wijk of praktijk echter te kleinschalig. Management, innovatie, personeelsbeleid, logistiek en ICT zijn allemaal voorbeelden van zaken die op een hoger schaalniveau kunnen worden georganiseerd, zonder dat de voordelen van laagdrempelige zorgverlening in de wijk in gevaar komen. Door schaalvergroting na te streven op niveaus waar het kan, kan kwaliteitsverhoging en efficiencywinst worden bewerkstelligd.

Nieuwe organisatievormen komen tot stand in een sterk concurrerende omgeving. Dit maakt de bereidheid tot het delen van ervaringen er niet groter op. Maar die kennisdeling is wel een belangrijk criterium. Vanuit dit oogpunt verdienen nieuwe concepten die worden uitgeprobeerd in meerdere settings de voorkeur, boven samenwer-king in individuele praktijksituaties, waar het effect sterk gekleurd wordt door lokale omstandigheden. De webtool van ZonMw kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren.

Dit artikel kwam mede tot stand op basis van het rapport ‘Organisatorische samenwerkingsverbanden binnen de eerste lijn – een verkenning’, geschreven door E.P.C. Hopman, R.S. Batenburg & D.H. de Bakker (NIVEL, 2009).

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. Vooruitgang vraagt om onderzoek en ontwikkeling. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek én stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO. De ontwikkeling van de digitale businesscase tool is gefinancierd vanuit het ZonMw-programma Op één lijn. Op één lijn stimuleert organisatorische versterking van de zorg dicht bij huis met als doel om de kwaliteit, samenhang en doelmatigheid van zorg te optimaliseren. Verbindingen tussen eerstelijnszorg en preventie, arbocuratieve zorg, langdurige zorg, tweedelijnszorg en welzijn zijn hierbij van belang. Klik hier voor meer informatie over de webtool.