Bouw en Uitvoering

Ouderenmishandeling verborgen mishandeling

TVB Zorg - Verborgen mishandeling

Een zoon sluit zijn oude moeder op en geeft haar amper te eten. Een man wordt zestig jaar geslagen door zijn vrouw. Zomaar twee voorbeelden uit het dit jaar verschenen boek ‘Ouderenmishandeling’ van Gerda Krediet over ouderen die door een bekende moedwillig en herhaaldelijk fysiek, psychisch en vaak financieel worden uitgebuit. tvb ZORG spreekt met auteur.

Gerda Krediet, directeur van adviesbureau Nood Zaak, werkte tien jaar als sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij het Meldpunt Ouderenmishandeling van GGD Rotterdam-Rijnmond. Na het promotieonderzoek van Hanny Comijs in 1998, waarin naar voren kwam dat één op de twintig ouderen een vorm van mishandeling onderging, kwam het onderwerp op de politieke agenda. Met subsidie van VWS werden meldpunten ouderenmishandeling opgericht. Krediet: ‘Echter, in 2005 gingen de meeste meldpunten op in de toen opgerichte Advies- en Steunpunten Huiselijk Geweld (ASHG’s). Dat was een politieke beslissing. Omdat de ASHG’s meer geassocieerd worden met kinder-, vrouwen- en mannenmishandeling dan met ouderenmishandeling, bleven en blijven de meldingen sindsdien uit.’ Krediet vindt het onjuist dat het zo gaat. Ouderenmishandeling is namelijk een volslagen andere vorm van huiselijk geweld en vraagt om een geheel andere benadering, een ander soort hulpverlening en een ander type netwerk.’

Crisis

Ouderenmishandeling, zo vernemen we van Gerda Krediet, begint in zeventig tot tachtig procent van de gevallen met financiële uitbuiting. ‘Op latere leeftijd kan het lastig zijn de financiën te beheren. Familie of bekenden nemen het over en zetten de oudere soms onder druk. Daarna volgen vaak isolatie en verwaarlozing. De oudere meldt een dergelijke vorm van mishandeling niet bij een ASHG. Ze associëren bijvoorbeeld financiële uitbuiting niet met huiselijk geweld. Vaak tref ik de oudere stilletjes aan in een hoekje van de kamer. Hij of zij durft niets te zeggen, want schaamt zich ook nog eens. De oudere denkt dat hij de enige is met dit probleem. Als ik vraag ‘waarom heeft u niets gedaan?’ dan krijg ik te horen: ‘Ach, wat had ik kunnen doen?’ of ‘Ik hoopte snel dood te gaan.’
Ook de geringe sociale controle en het gebrek aan contacten van de oudere spelen een rol, vertelt Krediet. ‘Ouderenmishandeling wordt in vergelijking met bijvoorbeeld kindermishandeling veel minder snel opgemerkt. Kinderen schreeuwen als ze geslagen of opgesloten worden. Ouderen houden zich stil. Kinderen hebben leerplicht en gaan naar school. Een eventuele mishandeling wordt door de leerkracht opgemerkt. De oudere daarentegen zit stilletjes en alleen thuis.’

In de tijd dat Krediet bij de GGD werkte, kreeg ze tussen de 35 en 45 meldingen per jaar, geen groot aantal. In de realiteit wordt er alleen melding gedaan als de situatie ernstig is. Ze geeft het voorbeeld van een 84-jarige vrouw die drie hersenbloedingen kreeg en daardoor half verlamd in een rolstoel zat. De zoon beheerde het geld. Hij betaalde echter de huur van haar woning niet. Uiteindelijk dreigde de woningbouwvereniging de vrouw op straat te zetten. ‘Toen was het crisis en werd het gemeld.’

Bosje bloemen

Ook verpleeg- en verzorgingshuizen krijgen regelmatig te maken met ouderenmishandeling. Zorgprofessionals staan met hun rug tegen de muur. Gerda Krediet: ‘Een verzorgende vertelde mij onlangs het verhaal van een 75–jarige vrouw die financieel werd uitgebuit door haar familie. Tienduizenden euro’s werden van haar bankrekening gehaald. Dat had de oudere vrouw de verzorgende in vertrouwen verteld. Maar wat doe je als de handtekening is gezet? De kinderen zagen het als voorschot op de erfenis. Tegen moeder werd gezegd: ‘Mam, het staat even op mijn rekening want als je overlijdt, gaat het naar de fiscus. Dat is toch zonde?’ En ondertussen gaven ze moeder een bosje bloemen en een flesje parfum, waardoor ze het gevoel kreeg dat haar kinderen het beste met haar voor hadden.’

Minder vergaderen

Krediet is niet blij met de wijze waarop de zorg rondom de oudere geregeld is nadat een melding van mishandeling binnen komt. ‘In Rotterdam bijvoorbeeld zijn er Lokale Teams Huiselijk Geweld (LTHG’s). Wanneer er een melding binnenkomt, wordt er naar mijn mening veel te veel vergaderd. Het kritieke moment in de crisis gaat daarmee verloren. Het is belangrijk de betrokkene eerst te bezoeken, liefst dezelfde dag nog. Ik zie dit als de belangrijke taak van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Deze functionaris is de centrale onderzoeker en behandelaar. Betrek er vervolgens alleen de mensen bij die onderdeel zijn van de oplossing. Nu zitten politie, maatschappelijk werk, ouderenadviseurs, thuiszorg, GGZ, GGD et cetera regulier bij die vergaderingen. De meesten van hen kennen de oudere niet en zijn niet geschoold op het gebied van ouderenmishandeling. Hun adviezen kunnen een verkeerde interventie opleveren. Ook krijgen genoemde instanties toegang tot de persoonlijke gegevens van de oudere. Hier ben ik faliekant op tegen vanwege de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Bovendien dienen zorgprofessionals rekening te houden met de Wet Geneeskundige Behandeling Overeenkomst (WGBO) die stelt dat zij de cliënt moeten inlichten en vragen om zijn/haar toestemming, voor welke handeling dan ook. Denk aan bijvoorbeeld gegevensoverdracht, overleg en met wie. De vraag is in iedere situatie: is de oudere in begrijpbare taal voorgelicht en heeft deze hiervoor toestemming gegeven?’

Campagne

‘In geval van ouderenmishandeling kan het essentieel zijn om een bewindvoerder en een mentor te laten benoemen door de kantonrechter’, vervolgt Gerda Krediet haar verhaal. Maar dat klinkt gemakkelijker dan het in werkelijkheid is. ‘In Nederland is dit nog slecht uitgewerkt. De oorzaak? Voor dit werk heb je vakmanschap en tijd nodig en een gedegen professioneel netwerk. Natuurlijk proberen we als zorgprofessionals zoveel mogelijk met dezelfde mensen te werken bij verschillende ‘zaken’. De politieke verantwoordelijkheid ligt nu echter bij de ASHG’s. Dat geeft problemen. Een berooide oudere belt dit steunpunt niet, zoals al eerder gezegd. Daarom vind ik dat er een Postbus 51 voorlichting moet komen met een spotje van een oudere die merkt dat zijn/haar rekening geplunderd is. Na de vraag ‘Overkomt u dit ook?’ wordt vervolgens een gemakkelijk te onthouden telefoonnummer getoond. Als het zover is, wil ik best een tijdje aan die telefoon zitten. Ouderenmishandeling moet uit het verborgenheid worden gehaald.’

Handelwijze bij ouderenmishandeling

Het eerste deel van het boek ‘Ouderenmishandeling’ beschrijft vijftien uiteenlopende casussen, waarna een analyse volgt van de gepleegde interventies en de resultaten. Het tweede deel biedt een interventie- en stappenplan dat professionals concreet helpt bij de aanpak van ouderenmishandeling. Ook worden specifieke aandachtspunten bij interventie besproken en zet Krediet alles op een rij omtrent wet- en regelgeving.

Iedere situatie is anders. Het interveniëren volgens een vast protocol is vrijwel onmogelijk. Wel zijn er vaak patronen te herkennen in de mishandeling. Het begint vaak met financiële uitbuiting, gevolgd door psychische mishandeling en verwaarlozing. Een goed plan van aanpak verloopt in fases: de exploratiefase, gevolgd door de hulpverleningsfase en tot slot de consolidatiefase. Continu dient er evaluatie plaats te vinden, proces- en doelmatig. Omdat in iedere fase verandering op kan treden, zal de interventie bijgestuurd moeten worden. Dit vraagt deskundigheid, inventiviteit, flexibiliteit en daadkracht van de hulpverlener.

‘Een grote herdershond bewaakt het huis. Bij ieder geluid dat hij hoort, verstoort zijn valse geblaf de stilte van het rustieke, vooroorlogse pleintje. Zijn baasje is heel erg ziek. De huisarts komt en belt meteen de ambulance. De buurvrouw die om de hoek verschijnt, zegt dat er nog een oude man in huis zou moeten zijn. Ze heeft hem jaren niet gezien want er mocht niemand binnenkomen. De huisarts treft tot zijn grote verbazing in een zijkamertje een oude man aan. Hij schrikt van zijn verschijning. Hij belt de GGD omdat er hulp geboden moet worden. Ik ga er meteen heen. De buurvrouw wacht me op en doet open.’
Krediet, G., Ouderenmishandeling. Ervaringen en interventies. Reed business, maart 2010. ISBN 9789035231658

movisie GGD Rotterdam