Bouw en Uitvoering

Methodiek Familiezorg in zorgorganisatie De Wever

Familiezorg

Passie, energie plezier

In de zorgverlening ontmoeten mantelzorgers, zorgvragers en beroepskrachten elkaar. Interactie in deze zogenaamde zorgtriade is van belang om de diverse perspectieven op de zorg te verhelderen. Dit met als doel om tot afstemming te komen en op de meest aangename manier de zorg vorm te geven. We spreken over de methodiek Familiezorg, ontwikkeld door Dr. Deirdre Beneken Genaamd Kolmer aan de Universiteit van Tilburg (Tranzo).

Het hart van de methodiek Familiezorg is de relatie en niet het individu. Waar een familiezorger is, is een zorgvrager. Zij hebben een relatie met elkaar. De methodiek beantwoordt hun -relationele vraag en iedere beroepskracht kan ermee uit de voeten, omdat de vraag van de familie leidend is. De methodiek, ontwikkeld door dr. Deirdre Beneken Genaamd Kolmer, is tot stand gekomen in samenwerking met het Expertisecentrum Familiezorg en als eerste toegepast in Zorg-centrum Den Herdgang in Tilburg. Dit Zorgcentrum is onderdeel van De Wever, een organisatie voor verzorging, verpleging, reactivering en thuiszorg. Binnen De Wever wil men op respectvolle wijze de oudere mens en zijn of haar familieleden tegemoet treden in de zorg. De kernwaarden zijn hierbij leidend: kundig, energiek, gastvrij en vertrouwd. Den Herdgang ontving als eerste in Nederland het certificaat Familiezorg.

Hoe het begon

Peter Westerhof, voormalig directeur van Den Herdgang, nu van Zorgcentrum Reyshoeve, eveneens onderdeel van De Wever, vertelt: ‘De methode Familiezorg die wij nu toepassen, is een vervolg op de bejegeningscode die wij eerder in Den Herdgang opgesteld hebben. Deze code laat zien hoe wij naar onze cliënten en onze medewerkers kijken. De vier ‘statements’ van de code zijn: we spelen voor u, we maken u blij, we zijn bij u en we bepalen iedere dag onze houding. Elke medewerker heeft een schrijfblokje bij zich waarop de code staat. Ook is de code doorgevoerd in alle systemen, bijvoorbeeld in die van P&O. De code komt terug bij functionerings- en sollicitatiegesprekken. We zitten er bovenop. Niet alleen hiërarchisch gezien, ook onderling. Pas als we de code goed beheersen, kunnen we de kwaliteitsslag naar de cliënt maken.’ De bejegeningscode bleek een aanzet te zijn om verder in de wereld te duiken van de familiezorg. Westerhof kwam in aanraking met zowel het Expertisecentrum Familiezorg als onderzoekster Deirdre Beneken. Hij vervolgt: ‘Voor het symposium dat in 2006 werd georganiseerd ter gelegenheid van ons 25-jarig bestaan, besloten we familiezorg als thema te nemen. Daarna zijn we samen op weg gegaan om de medewerkers van Den Herdgang de methodiek eigen te maken door middel van een driedaagse training. Toen hadden we de ‘trigger’ te pakken om ook écht met de cliënt aan de slag te gaan. Zowel cliënten als familieleden en medewerkers zijn nu zeer tevreden. Dit met als resultaat dat er minder ziekteverzuim is, minder verloop, minder formele klachten en dus minder kosten.’

De praktijk

Het zorgteam probeert via de methodiek een beeld te krijgen van de wijze waarop het gezin van de oudere in elkaar zit. Monique van Engelen, zorgmanager op twee afdelingen in Den Herdgang, geeft een voorbeeld. ‘Op onze afdeling is een mevrouw komen wonen die vier betrokken dochters heeft. Alle vier de dochters zijn verschillend van elkaar en twee hebben geen goed contact. Alle vier willen dat moeder niets tekort komt. Maar de wijze waarop dit moet gebeuren, verschilt per dochter. Wij voelden ons als team vaak tussen de dochters in staan. Ook de wijze van communicatie was niet altijd even prettig. Een van de dochters bijvoorbeeld uitte zich op een nogal verwijtende toon naar ons. Met het team hebben we over deze situatie gepraat. Waarom loopt het uit de hand? Wat gaan we hieraan doen? Hoe pakken we het aan? Samen met de zorgcoördinator ben ik een gesprek aangegaan met de vier dochters. We vertelden respect te hebben voor ieders mening, dat we als team niet ‘voor’ de een of de ander waren, maar dat deze situatie wel de juiste zorg voor moeder belemmerde. Medewerkers waren namelijk bang iets verkeerd te doen. De dochters gaven aan niet in de gaten te hebben gehad wat dit met ieder van hen deed en wat de gevolgen waren. We luisterden ook naar waar zij tegenaan liepen. Nu loopt de communicatie goed en geven de dochters aan blij te zijn geweest met het open gesprek.’ Het mag duidelijk zijn, het gezamenlijk belang, de zorg om in dit geval de moeder, wordt steeds voor ogen gehouden. Voordat de methodiek gehanteerd werd, had het team veel sneller een oordeel over het gezin. Nu wordt gekeken naar wat er aan de hand is met het gezin, ook vanuit het verleden. Hier kan op ingespeeld worden.

De verandering

Peter Westerhof: ‘Veel meer dan vroeger kijken we naar elkaars kansen en mogelijkheden, die van het team en de familie. Daar passen we vervolgens de cliëntvraag op aan. Eerder dachten we veel meer vanuit het aanbod, nu vanuit de vraag.’ Monique van Engelen ziet ook een duidelijke verandering. ‘De relatie tussen familie en medewerkers is veel beter dan vroeger. Er is wederzijds begrip, erkenning, inleving en de communicatie zijn opener, waardoor we gemakkelijker afspraken kunnen maken. Komt er een nieuwe bewoner, dan volgt binnen zes weken een kennismakingsgesprek met het hele gezin. We stellen ons voor en spreken verwachtingen naar elkaar uit. Dit maakt dat wij allen, alle betrokkenen dus, inzien dat de zorg rondom de oudere een gezamenlijk belang is. Voor mij is deze methode niet meer weg te denken. Alle zorginstellingen zouden hiermee moeten werken. Dan is het mooie vak dat wij uitoefenen nog mooier.’

De uitrol

De provincie Noord-Brabant stelt zich in de notitie Informele zorg 2008-2011 ten doel een impuls te geven om te komen tot een ‘krachtig, samenhangend veld, gericht op een toekomstbestendige zorgstructuur’. Om dit te realiseren is een aantal actiepunten benoemd. Het uitrollen van de methodiek Familiezorg is er hier een van. Ook binnen De Wever zelf wordt de methodiek Familiezorg verder vorm gegeven. Peter Westerhof: ‘We zijn bezig met een groot project, PEP genaamd. Passie, energie en plezier binnen heel de organisatie. Wil je mensen echt plezier geven in het werk en zorgen voor een goed leef- en woonklimaat voor cliënten, dan moet je hier gewoonweg mee aan de slag.’

Communicatie

Hoe verloopt de communicatie in het gezin?
Wie is er aan het woord?
Hoe reageren gezinsleden op elkaar?
Is er een patroon te ontdekken?

Rolomkering

Heeft een kind de ouderrol op zich genomen? Waaruit blijkt dat (wel/niet)?
Is de ouder een ouder of een kind? Waaruit blijkt dat (wel/niet)?

Hiërarchie

Wie heeft het in het gezin voor het zeggen?
Hoe zijn de machtsverhoudingen?

Levensfase

In welke levensfase zit het gezin?
Welk gedrag hoort bij deze levensfase?

Traumatische ervaringen

Heeft het gezin in het verleden een traumatische ervaring doorgemaakt? Waaruit blijkt dat (wel/niet)?
Is de traumatische ervaring verwerkt? Waaruit blijkt dat (wel/niet)?

Loyaliteit

Zijn de gezinsleden loyaal ten opzichte van elkaar?
Wie is loyaal naar wie?

Erkenning

In welke mate erkennen de gezinsleden elkaar?
Wie erkent wie?

Daarna volgt een analyse:

  • Waar liggen de problemen in het gezin?
  • Hoe is de verhouding tussen draagkracht en draaglast in het gezin?
  • Wat is de invloed van de sociale context op het gezin?
  • Welke vraag stelt dit gezin?
  • Hoe zou de vraag kunnen worden beantwoord?