Bouw en Uitvoering

Van verbinding naar verbetering voor betere ouderenzorg

Ouderenzorg

Ze kwamen samen in het Huis van Verbinding in Utrecht. Deze vertegenwoordigers uit het onderwijsveld, de zorg, en van de gemeente, zorgverzekeraars en andere relevante marktpartijen. Wat hen bindt, is hun passie voor ouderenzorg. Ze wisselden ideeën uit en werken nog altijd aan de ontwikkeling van nieuwe initiatieven die moeten leiden tot door-braken in de onderlinge samenwerking.

Door: Barbara de Greeff en Pleuni Vullers

De bijeenkomst is een initiatief van adviesbureau &samhoud en de Utrecht Development Board van gemeente Utrecht. Gezamenlijk willen zij iets doen aan een van de grote problemen die spelen in de ouderenzorg: de krapte op de arbeidsmarkt. Enerzijds is er weinig instroom van jonge mensen op ROC’s die kiezen voor een opleiding in de ouderenzorg, anderzijds is de uitstroom bij ROC’s en in de VVT groot. De initiatiefnemers willen met de bijeenkomst een concreet initiatief starten en realiseren voor de stad Utrecht op het gebied van onderwijs en ouderenzorg. Thema’s zijn ‘branchevreemde zijinstromers’, ‘imago & behoud’, ‘zakelijk met aandacht’ en ‘technologie’.

Evaluatie

&Samhoud evalueert de bijeenkomst met drie hoofdrolspelers: Sandra Kuijpers, regiomanager Leidsche Rijn bij zorginstelling Axion Continu, Robert Koch, directeur Strategische Accounts bij ROC Midden Nederland en Trude Maas, voorzitter van de Utrecht Development Board. Eerste conclusie: op individuele basis zijn er veel goede initiatieven gestart. Zo is het ROC zelfs een nieuwe opleidingsvariant ouderenzorg gestart. Deze positieve ontwikkeling moet nu worden voortgezet met meer onderlinge verbinding en gezamenlijk optrekken.

Van Twitter tot ‘samen tafelen’

Sandra Kuijpers: ‘We hebben veel gedaan in de afgelopen periode. Wij ervaren dat jongeren voornamelijk contact maken via hun smart phone. Daarom zijn we een Twitter account gestart, schrijven we blogs en vullen we samen met het ROC het e-learning programma in. Bovendien volgen we op internet wat er over ons verschijnt en daar reageren we op. Ook op het vlak van ICT zetten we stappen en werken we aan het virtuele verzorgingshuis. Een heel ander initiatief om jonge mensen bekend te maken met het vak zorg, is een kunstproject in Leidsche Rijn dat ‘Samen tafelen’ heet. Jonge mensen gaan samen eten met ouderen en dan komen dingen terug als ‘hoe dek je een tafel?’ Bovendien wordt er Oudhollands gegeten, zoals pastinaken. Dat kunstproject zorgt voor verbinding en laat bovendien zien hoe mooi het vak kan zijn.’

Belang van technologie

Ook Robert Koch heeft een rijtje acties paraat: ‘Technologie gaat een steeds belangrijker rol spelen in de opleiding. Samen met Philips Engineering en een aantal van onze docenten gaan we een verkenning starten in de toepassing van (beeld)technologie. Met Portaal hebben we de eerste contacten gelegd over technologische mogelijkheden. Dankzij glasvezel is er nu veel meer mogelijk. Maar onderhoud is net zo belangrijk als de toepassingen die mogelijk zijn. We willen een nieuwe module ontwikkelen op het ROC, zodat studenten het onderhoud van het netwerk gaan doen. Ook gaan we meedoen aan het initiatief Samen Online. De gesprekken hiervoor zijn net gestart. Daarbij is het de bedoeling om studenten ICT en Welzijn te koppelen aan ouderen om deze laatste groep computervaardig te maken. En dan is er nog het project beeldtaal, waarbij we willen werken aan een domeinbrede aanpak van ouderenzorg op afstand, via beeldschermen.’

Trude Maas: ‘Het verbaast mij niets dat er zoveel initiatief is. Tijdens de bijeenkomsten die we tot nu toe met elkaar hebben gehad, bleven er veel mensen hangen. Het onderwerp appelleerde, er was veel energie, veel bereidheid. Er werden veel visitekaartjes uitgewisseld. De sense of urgency leeft en mensen willen echt tijd en moeite investeren.’

Onderlinge afstemming groeit

Maar, zo concluderen alle drie de hoofdrolspelers, de initiatieven worden wel met marktpartijen gestart, maar nog te weinig binnen de driehoek opleiding, zorginstelling en lokaal bestuur. En daar is winst te behalen, bijvoorbeeld op het vlak van arbeidsmarkt. Sandra Kuijpers: ‘Scholing sluit niet goed aan bij het werkveld. In onze zorginstelling is kleinschalig wonen een trend die we een aantal jaar geleden hebben ingezet. Met succes, want de kwaliteit van zorg en leven voor ouderen is enorm verbeterd. De opleiding sluit daar echter niet goed op aan. Kleinschalig wonen is nu een van de modules in de opleiding. Praktijkbegeleiders, de linking pin tussen opleiding en praktijk, bestaan niet meer. En als ik studenten aanspreek op hun houding, dan krijg ik te maken met het ROC. Ik denk er aan om zelf een opleiding te beginnen, binnen de muren van onze zorginstelling.’

Robert Koch reageert: ‘Ik ben erg voor opleidingen op locatie. De goede studentresultaten, want die zijn er ook genoeg, zijn het directe gevolg van bevlogen docententeams. Ik ben dan ook een groot voorstander van praktiserende docenten die studenten begeleiden bij de theorie en in de praktijk. Dat vraagt ook weer om een gedurfde aanpassing in het docentenkorps. Je zou namelijk de vaste formatie kunnen afslanken en aanvullen door flexibele, praktiserende en didactisch gekwalificeerde docenten die je inhuurt buiten de muren van de school, op de stageplekken. Je zou dus inderdaad kunnen zeggen dat kleinschalig wonen een ontwikkeling is die ook in het onderwijs zou moeten worden doorgevoerd: terug naar het kleinschalig studeren. En wel op locatie, binnen de muren van de instellingen. Bij onder andere Meander Medisch Centrum in Amersfoort doen we dat al. Daar leiden we jonge mensen ter plaatse op.’ Koch vervolgt: ‘Het punt is de korte en de lange termijn. Je kunt eenvoudigweg MBO studenten niet inzetten om per direct veranderingen in nieuwe begeleidings- en zorgconcepten door te voeren. MBO studenten moeten zien, kopiëren en zich de praktijk eigen maken. De stage is voor hen de grootste leereenheid. Ze zijn jong als ze op de werkvloer komen en moeten hard werken om het werk te leren. Nieuwe begeleidings- en zorgconcepten zouden wel via specifieke leerafdelingen geleerd kunnen worden, waarbij de professionals op de werkvloer al ingevoerd zijn in een nieuwe manier van werken. Innovatie moet eigenlijk komen van de studentbegeleiders en van de professionals.’

Kwaliteit

Koch geeft toe dat de kwaliteit van docententeams niet altijd voldoende is om aan te kunnen sluiten bij de ontwikkelingen in het werkveld. ‘Er heerst soms een wat afwachtende cultuur. Laat me hun situatie schetsen. Zij krijgen veel studenten op hun pad die zelf niet goed kunnen kiezen wat ze willen en die dus geholpen moeten worden. Daarnaast is een op de drie studenten over-belast. Er is bijvoorbeeld sprake van financiële problemen, waardoor schuldhulpverlening moet worden ingeschakeld. Deze studenten ontwikkelen een gedrag van zoeken naar korte termijn oplossingen. Ten tweede worstelen veel studenten met hun eigen ontwikkeling, studie- en beroepskeuze. Dat leidt tot extra loopbaan-begeleidingvragen en soms tot depressieve klachten. De wachttijd voor speciale hulp kan oplopen tot vijf maanden. De omvang van dit probleem drukt op de 
kerntaak van ROC’s: vakmensen opleiden.’

Betere afstemming met landelijk beleid

De uitdaging wordt om nog meer zichtbaarheid te creëren bij de mensen die het landelijk beleid ontwikkelen. Kleinschalig wonen bijvoorbeeld is zo’n succesvol initiatief dat het prominent onderdeel moet zijn van de toekomstplannen van koepelorganisaties en het ministerie. Robert Koch: ‘Nog even los van de zorg, waarbij je concreet kunt denken aan beeldzorg als gedeeltelijke vervanging van handen aan het bed, heb ik een ander, heel concreet voorbeeld op onderwijsgebied waar efficiencyverbetering niet wordt doorgevoerd vanwege landelijk beleid. Op het ROC Midden Nederland werken wij samen met het LOI op het gebied van e-learning. Het ministerie zegt echter: e-learning is geen docentcontact, dus deze opleiding voldoet mogelijk niet aan de aangescherpte eisen. Terwijl het zoveel mooie kansen biedt, zowel voor werkgevers als voor zij-instromers in de zorg, zeker op efficiencygebied. Daar moeten we met elkaar over in gesprek blijven. Innovatie op ROC’s moet gefaciliteerd worden en in een redelijk hoog tempo: ROC ’s moeten opleiden voor de dag van morgen.’

Op weg naar meer verbinding

Trude Maas: ‘Uiteindelijk zijn de kwaliteit en de inzet van mensen bepalend voor de zorg, aan welke kant van de zorg voor ouderen zij ook zitten. Je moet de juiste mensen met de juiste instelling hebben. En die moet je met elkaar verbinden. We moeten meer verbinden, dat gebeurt veel te weinig. Ik stel in mijn netwerk mensen aan elkaar voor die veel voor elkaar kunnen betekenen. Wat we nodig hebben, is een partij die de kar trekt. Van alle kanten zijn er welwillende mensen met elk hun eigen belang. 

Maar daarmee beweegt er nog niets. Wie heeft de massa om de regie te voeren tot op de juiste niveaus? ‘Je hebt ROC’s, zorginstellingen, lokaal bestuur en marktpartijen. En dan heb je nog de zorgverzekeraars die een belangrijke rol kunnen spelen. Zij vertegenwoordigen een belangrijke financiële prikkel. Kwaliteit en bekostiging gaan altijd samen. Zorgverzekeraars zijn echter meer dan een bank. Als we er voor kunnen zorgen dat zij ook aan tafel zitten en hun inbreng kunnen leveren als het systeem wordt uitgedacht, dan hebben we een sterke partij erbij.’

Maas vervolgt: ‘Technologie speelt een steeds grotere rol in de zorg. Maar de paradox is dat de technologie continuïteit belemmert, juist vanwege dat zakelijke belang. De afstemming tussen wensen en aanbod is ongelooflijk lastig. Je kunt het vergelijken met woningcorporaties die klagen over nieuw opgeleverde woningen die niet future proof zijn.’ De drie hoofdrolspelers zijn het roerend eens. In de afgelopen maanden is er een bijzondere groep mensen opgestaan en bijeengekomen om met elkaar te werken aan betere zorg voor ouderen. Ze zijn er van overtuigd dat het initiatief nog een extra impuls nodig heeft, extra tijd ook met meer bijeenkomsten, zodat het netwerk zich verstevigt. Dan kan ook het imago van de ouderenzorg worden verbeterd. Onderdeel daarvan is het betrekken van jonge mensen uit de verschillende organisaties, zodat zij de verbinding kunnen maken met de jongeren die in de toekomst in de zorg willen gaan werken.

De belangrijkste conclusie is dat veranderingen in de ouderenzorg vragen om een lange adem en verbindende inspanningen. Graag roepen we belanghebbenden op zich aan te sluiten bij dit van oorsprong spontane, maar inmiddels buitengewoon effectieve netwerk. Dit kan via b.degreeff@samhoud.com.

Barbara de Greeff is partner bij gewoon ongewoon adviesbureau &samhoud. Pleuni Vullers is adviseur bij &samhoud. Beiden zijn gespecialiseerd in waardecreatie in de zorg.