Landgoed Rijckholt

Succesvol ondernemen in de zorg vergt een lange adem

De familie Bakker heeft in Zeeland met succes een particuliere woonzorgvoorziening en een Bed & Breakfast opgezet: Landgoed Rijckholt. De directeur, Kim Bakker, vertelt over ondernemen en het verschil met reguliere zorginstellingen. ‘Het belangrijkst is meedenken met de bewoners.’

Door: Jorrit Roerdinkholder

Directeur Kim Bakker wandelt over landgoed Rijckholt in Geersdijk en ziet haar opa in zijn groentetuintje. Ze maakt een praatje met hem, bestelt wat sla voor haar avondmaal en toont dan zijn zorgappartement, waar haar oma de krant leest, terwijl een schoonmaakster het koper poetst. ‘Ons beeld is dat oude mensen niks meer kunnen’, steekt Bakker van wal, ‘maar je kunt de laatste dagen van hun leven veel comfortabeler inrichten dan gebruikelijk is. Het is hier geen 26 graden Celsius noch is het er een bedompte boel, zoals in sommige andere verzorgingshuizen.’ Ze wijst naar het appartement van honderd vierkante meter en het uitzicht over het 6,5 hectare grote, weelderig begroeide landgoed. Er staan twintig nieuwbouwappartementen met in totaal ruimte voor dertig personen, van bewoners van een aanleunwoning tot zwaar dementerenden. Binnenkort openen er nog eens tien appartementen voor dementerenden.

‘We hebben 24-uursverzorging aanwezig die jaarlijks ongeveer twee ton kost en dat bedrag moet je spreiden over minimaal 25 man, anders is het onbetaalbaar’, calculeert directeur Bakker. De bewoners bekostigen zelf de huur, het eten en drinken en een solidariteitspremie voor de 24-uurshulp. De zorg, bijvoorbeeld wassen, aankleden en diabetes spuiten, betalen ze van het persoonsgebonden budget en per aanvullende dienst. Rijckholt heeft vier HBO-zorgcoördinatoren, verder verzorgenden IG, verpleegkundigen en begeleiders. Al met al dertig fulltime banen, verdeeld over zestig parttimers. Behalve de appartementen is er een restaurant en een Bed & Breakfast, met 21 kamers die plaats bieden aan zestig man, familie van bewoners of toeristen.

Bewoners

De vaste bewoners zijn mensen die buitenruimte willen. Een aantal Zeeuwen en mensen die een band hebben met de provincie, bijvoorbeeld omdat ze er een buitenhuisje hebben gehad. ‘We hebben ook een man die in Frankrijk op een berg woonde en nergens anders zijn ezel en zijn bok mocht meenemen. Hier kon dat wel. We hebben een weide aangelegd en de man kan zijn dieren elke dag voeren.’ Kim Bakker voegt daar nog aan toe: ‘Sommige bewoners zitten nooit in hun appartement, maar de familie vindt het fijn dat ze een mooie plek hebben. De kinderen hebben een belangrijke rol in de beslissingen van de ouders, ook over de plek waar ze hun laatste dagen kunnen doorbrengen.’

Kiem

De zorgonderneming heeft een bewogen geschiedenis. Kims opa, Jan Valkier, werd in 1954 aardappelhandelaar en had als hobby een boomgaard vol fruitbomen op het landgoed. Kim werd er geboren in 1980 en groeide er op terwijl haar vader, Rob Bakker, vanaf 1984 de Zeeuwse afdeling van de GGD opzette. Eind jaren tachtig ging de aardappelhandel van opa failliet. De familie besloot het huis aan te houden als vakantiewoning, inclusief boomgaard, toen ze in 1990 verhuisden naar Den Haag waar vader directeur werd van het Westeindeziekenhuis. Daar zette hij in het kader van het 175-jarig bestaan van het ziekenhuis twee websites op ter informatie voor de patiënten: ziekenhuis.nl en gezondheidsplein.nl. Er school toen al een ondernemer in hem; hij registreerde de websites op zijn eigen naam. Het was 1996 en het internet groeide onstuimig, net als het aantal gebruikers. Rob voorzag het momentum en verruilde zijn baan als ziekenhuis-directeur voor het zelfstandig ondernemerschap. In 1997 begon hij Medical Media en richtte zich volledig op de exploitatie van de twee websites. Met succes, want de sites trokken maandelijks honderdduizenden bezoekers, hebben nu een gezamenlijke jaaromzet van een miljoen euro en bieden werk aan twaalf mensen. De websites financierden later de verdere ondernemersplannen van vader Bakker.

Ondernemen

‘Mijn vader en moeder wilden graag samen oud worden op het platteland’, vertelt Kim. Haar ouders zagen om zich heen dat van een echtpaar op leeftijd vaak een persoon naar een verzorgingshuis moet, omdat er hulp nodig is, maar dat de gezonde wederhelft niet mee mag. Dat wilden zij anders. Ze overwogen een huis in Frankrijk en verschillende andere scenario’s. Toen in 1993 de bedrijfsleider van de boomgaard met pensioen ging en dat bedrijfje kwam te vervallen, besloten ze om er zelf een zorgcentrum te bouwen met huurappartementen. Maar dan wel zo dat stellen wel kunnen samenwonen en 24-uurs verzorging beschikbaar is, zodat de gezonde van het stel alleen een dagje naar de stad kan gaan en zich geen zorgen hoeft te maken over de achterblijver. Ook kwam er een Bed & Breakfast bij voor familieleden van de bewoners en ook voor toeristen, zodat er verschillende generaties gemengd rondlopen. ‘Zo wordt het weer leuk om naar oma te gaan’, vindt de jonge directrice. ‘Een bezoek, daarna zeilen en ’s avonds samen eten, dat iemand anders voor je heeft klaargemaakt. Zo wordt het weer leuk om naar oma te gaan.’ In 2006 overleed Kims moeder op 51-jarige leeftijd. Kim was nog bezig haar studie geneeskunde in Groningen af te ronden, maar besloot daarna direct in het familiebedrijf te stappen en de leiding over het zorgcentrum van haar moeder over te nemen, samen met haar vader.

Tips

Ondernemen leer je niet tijdens een studie geneeskunde, merkte Kim Bakker als arts in opleiding. ‘Ik heb het geleerd door het te doen. Je moet een lange adem hebben, daar hebben mijn vader en ik rekening mee gehouden. Ook met aanloopverliezen.’ Het zorgcentrum opende in 2007 en zit volgens Bakker sinds begin dit jaar vol en maakt een bescheiden winst op de jaaromzet van 2,5 miljoen euro. ‘Wat heeft geholpen, is dat mijn vader en ik allebei arts zijn. In de beginfase hebben we alles zelf kunnen doen en hoefden we niet meteen duur personeel aan te nemen.’ Ze leerde ondernemen met vallen en opstaan en schudt nu moeiteloos een aantal praktische ondernemerstips uit haar mouw. ‘De belangrijkste is meedenken met de bewoners en hun familie. Hoe maak je de laatste dagen van een bewoner zo aangenaam mogelijk? In verpleeghuizen gaan de mensen verplicht vroeg naar bed omdat de avondploeg de mensen naar bed moet brengen voordat de nachtploeg begint. Terwijl de bewoners misschien helemaal niet vroeg naar bed willen. Dat zijn beslissingen vanuit de organisatie, niet vanuit de klant. Wij vragen ons af wat het beste is voor de bewoner. Veel managers in een grote organisatie staan wat verder van de bewoners af omdat ze moeten vergaderen en verslagen maken. Als ondernemer moet je niet bang zijn voor veranderingen en niet teveel regels opstellen, waar je strikt aan vasthoudt. Als iemand zijn dieren wil meenemen, bedenk je hoe je dat kunt oplossen. Ze vervolgt: ‘Het is ook prettig voor de families om te weten dat hun ouders goed worden verzorgd. Daarom is je personeel erg belangrijk, zeker bij dementerenden. In reguliere centra staat er één verzorger op acht dementerenden, hier gemiddeld een op drie bewoners. Een ander punt is dat je over geld moet durven praten met de bewoners. Je moet uitleggen hoe je bedrijfsvoering eruit ziet en dat zij die moeten betalen. Veel zorgmanagers kunnen dat niet omdat bij grote organisaties veel verborgen kosten zijn. Ze werken met budgetten die ze moeten opmaken, omdat ze bang zijn anders het volgende jaar te worden gekort. Dat is niet handig.’ Tot besluit ziet de ondernemer een aangenaam persoonlijk voordeel in het hebben van een eigen bedrijf: ‘Je hebt veel vrijheid die je in een grote organisatie niet krijgt.’