Bouw en Uitvoering

Jeugdzorg Nederland: ‘nog veel te doen’

Jeugdzorg Nederland: 'nog veel te doen'

Het eerste jaar na de decentralisatie in de jeugdzorg wordt door Jeugdzorg Nederland teruggekeken op de transitie. Er is al veel werk verzet, maar er blijft ook nog een hoop te doen, zo concludeert de organisatie.

Jeugdzorg Nederland stelt dat er een onderscheid is tussen transitie en transformatie. Onder transitie wordt verstaan de decentralisatie, van landelijke jeugdzorg naar individuele gemeenten en alles wat daarbij komt kijken; regionale samenwerking, inkoop van jeugdzorg, regelgeving, verdeelsleutel voor budget, etc. De transformatie wordt omschreven als de inhoudelijke vernieuwing binnen de zorg; integraal, dichtbij, laagdrempelig, preventief.

Transitie

“Het eerste jaar van de decentralisatie is er vooral heel veel gebeurd op het terrein van de transitie, de komende tijd moet er meer gebeuren op het terrein van de transformatie.” Zo zegt Jeugdzorg Nederland in een terugblik op 2015. Toch wordt ook gezegd dat binnen de transitie er zaken zijn die nog beter georganiseerd dienen te worden.

Grote regionale verschillen

Uiteindelijk moet de decentralisatie ervoor zorgen dat de zorg ook inhoudelijk verbeterd. De bezuinigingen meteen aan het begin van het decentralisatietraject komen echter te snel, volgens Jeugdzorg. “Gemeenten geven aan dat de financiële rek er uit is en die zorg delen wij. Er zijn grote verschillen tussen regio’s en gemeenten, dat is ook niet verwonderlijk bij een decentralisatie met veel beleidsvrijheid voor gemeenten.”

Samenwerking

Met name op plekken waar de (boven)regionale samenwerking moeizaam verloopt zijn de problemen groot. Kwetsbaar zijn hierbij Jeugdbescherming Gecertificeerde Instellingen (de voormalige Bureaus Jeugdzorg), maar ook zorgaanbieders die juist afhankelijk zijn van bovenregionale financiering en samenwerking. Dit gaat nog niet overal goed. Jeugdzorg Nederland pleit ervoor dat er snel een slag wordt gemaakt, om te voorkomen dat dit specialistische aanbod sneuvelt. De VNG en betrokken branches zijn hierover in gesprek, maar gemeenten moeten deze (boven)regionale samenwerking nu op korte termijn goed regelen, anders doen zich aanzienlijke risico’s voor.